Geschiedenis

Op deze pagina vind je een korte omschrijving van de geschiedenis van Kapelle-op-den-Bos. Meer informatie kan je bekomen bij de Erfgoedcel van Kapelle-op-den-Bos.
 

Kapelle-op-den-Bos

In 1270 Capelle = kapel in het bosland van Smal-Brabant
In 1880 Kapelle-op-den-Bos
Inwoner: Kapellenaar, spotnaam De Neus
Streektaal: Kapels
Oppervlakte: 482 ha, zandlemig, vlak, woondorp, landbouw en industrie aan het Zeekanaal (Brussel-Schelde)

Kapelle-op-den-Bos heeft waarschijnlijk zijn oorsprong en naam te danken aan een bidplaats of kapel opgericht te midden van een bosgebied dat in de loop van de eeuwen uitgroeide tot een parochiekerk. De hertog van Brabant gaf het dorp in de 13de eeuw een keur. Het ontstond als een geheel, afgebakend door oude wegen en beken met de heerbaan als ruggengraat, tussen drie grote domeinen: Grimbergen-Meise, Zemst en Puurs. Vandaar de Kapelle IN DEN BOS.


Nieuwenrode

In 1155 Nuenroht = nieuw en rode = ontginning
In 1880 Nieuwenrode
Inwoner: Nieuwenrodenaar, spotnaam De Toekker
Streektaal: Nieuwenroods
Oppervlakte: 582 ha, Brabantse zandleem, licht golvend (10 à 27 m), landelijk woondorp aan het Zeekanaal (Brussel-Schelde)

Het ontstaan van Nieuwenrode heeft alles te maken met de oprichting van een vrouwenklooster te midden van een uitgestrekte bosstreek op de grens van de twee parochies Wolvertem en Meise. Dit klooster moest principieel te Grimbergen zelf gebouwd worden als dubbelklooster waar canonici en sorores samenwoonden. Het project kon in gevolge de beslissingen van het algemeen kapittel van Premonstreit van 1137, dat voortaan zulke kloosters verbood door de pas gestichte abdij Grimbergen niet worden uitgewerkt. Daarom werd uitgezien naar het in ontginning zijnde noordelijk deel van Meise en Wolvertem aan de rand van het bos. Het klooster verdween in 1270, doch dit kortstondig bestaan was van enorm belang voor de ontwikkeling van deze voordien onbewoonde hoek van Meise. In 1874 werd het gehucht Nieuwenrode van Meise afgescheiden en als afzonderlijke gemeente erkend.
 

Ramsdonk

In 1211 Ramesdonc, hram = raaf en donk = lichte verhevenheid
In 1880 Ramsdonk
Inwoner: Ramsdonkenaar, spotnaam De Madam
Streektaal: Ramsdonks
Oppervlakte: 431 ha, Klein-Brabant zand, vlak (7 à 12 m), woondorp, landbouw

Ramsdonk maakte in de hoge middeleeuwen deel uit van het uitgestrekte gebied van de donken en broeken tussen Rupel en Zenne, waaraan nog de talrijke dorpsnamen herinneren. Het was een streek van laag gelegen gronden, tussen de vele beken, die uit Meise-Wolvertem Ramsdonk binnen vloeiden. Op hogere delen lagen vruchtbare akkers. Dit oorspronkelijk deel uit van de ‘wastina in Hoxdonk’, tussen Meise, Zemst, Hombeek, Leest en Heffen gelegen en paalde aan de bossen van Smal-Brabant. In deze streek is Ramsdonk het oudste deel. In tegenstelling met de andere Grimbergse parochiën ligt Ramsdonk in de zandstreek. Zij ligt aan de grens Brabant-Antwerpen.